Louis Couperus: Eline Vere

Still uit de film 'Eline Vere' uit 1991.

Still uit de film ‘Eline Vere’ uit 1991.

‘Eline Vere’ uit 1889 is een van de bekendste romans van Louis Couperus (1863-1923). Eline is een meisje in de Haagse society van eind negentiende eeuw. Ze woont bij haar zus Betsy en diens man Henk, omdat haar ouders overleden zijn. Eline heeft geen keuze over de inrichting van haar leven: zij moet voldoen aan de eisen die worden gesteld aan een jong meisje van goede komaf. Dit valt haar zwaar en het gaat met Eline dan ook niet zo goed.

 

Elines karakter

Hieronder lees je twee karakterbeschrijvingen van Eline Vere, waaruit blijkt dat zij worstelt met haar leven, haar wensen en haar verlangens.

‘In het begin van de roman is [Eline] kwijnend en melancholiek met soms overdreven vrolijke buien. Ze verlooft zich met Otto van Erlevoort en is een zomer lang op een natuurlijke wijze gelukkig. Maar dan raakt ze onder invloed van haar neef Vincent Vere, een cynische fatalist, tegen het ziekelijke aan. Ze verbreekt haar verloving, komt in conflict met haar zus Betsy en gaat met haar oom Daniël voor anderhalf jaar op reis. Wanneer ze terugkomt, is ze nerveus en ook lichamelijk zwak: bleek en mager en met holle ogen. In Brussel ontmoet ze de Amerikaan Lawrence St. Clare. De man is het tegendeel van Vincent. ‘Noodlot’ is volgens hem slechts een woord; ieder mens maakt zijn eigen noodlot. Hij doet haar een huwelijksaanzoek. Ze neemt dat in overweging, zal hem uitsluitsel geven als hij over vijf maanden terugkomt van zijn reis naar Rusland.’ (bron: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 25. Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden 2007)

 

Schilderij van F. Kaemmerer: Vrouw met operakijker (1897).

Schilderij van F. Kaemmerer: Vrouw met operakijker (1897).

‘Na de dood van haar ouders gaat Eline Vere inwonen bij haar zus Betsy en haar man Henk in Den Haag. Ze leeft in de gegoede kringen van de Haagse burgerij en hoeft niet te werken voor haar geld. Die omgeving werkt voor haar verstikkend. De dagelijkse bezigheden bestaan voor haar uit theevisites en operabezoeken en Eline ervaart die routine als een strop om haar nek en de mensen om haar heen als bekrompen en saai. Ondanks alle ontevredenheid onderneemt Eline niets om verandering in haar leven te brengen of om zich aan te passen aan haar omgeving. Met haar dromerijen maakt ze de werkelijkheid mooier dan die is, met als gevolg dat ze, eenmaal wakker geschud, steeds meer teleurgesteld raakt in het leven. Langzaam maar zeker raakt Eline ervan overtuigd dat haar leven beheerst wordt door het noodlot, waaraan niets te veranderen valt.’ (bron: Literatuurgeschiedenis.nl)

Naturalisme

‘Eline Vere’ is een naturalistische roman. Naturalistische schrijvers probeerden wetenschap te bedrijven met literatuur: als je een personage met bepaalde eigenschappen in een bepaalde situatie plaatst, wat gebeurt er dan? In naturalistische romans zie je vaak een aantal vaste kenmerken terug. Zo is het noodlot bepalend voor het verloop van iemands leven, wat een heel fatalistisch idee is. Hoe iemand is, wordt volledig bepaald door diens afkomst, door de tijd en door erfelijke factoren.

Literatuurwetenschapper Ton Anbeek omschrijft zeven kenmerken van Nederlandse naturalistische romans:

  1. Middelpunt van de roman is een ‘nerveus’ karakter, mannelijk of vrouwelijk.
  2. Het plot kan in grote lijnen worden aangeduid als de geschiedenis van een ontnuchtering.
  3. Bepalende omstandigheden: personages zijn niet zelf schuldig aan hun daden, die worden veroorzaakt door bijvoorbeeld erfelijkheid, omgeving en omstandigheden.
  4. Een sterk maatschappijkritische instelling van de auteur en/of de personages.
  5. De belangstelling voor seksualiteit: het nauwkeurig weergeven van de realiteit en het doorbreken van taboes.
  6. Het taalgebruik is zo natuurgetrouw mogelijk (in dialogen), maar auteurs maken ook vaak gebruik van woordkunst.
  7. De romans worden vaak in de personale vorm verteld, daarnaast geven vertellers niet langer morele oordelen over personages.

(Ton Anbeek, ‘Kenmerken van de Nederlandse naturalistische roman.’ In: De Nieuwe Taalgids 72 (1979), aflevering 6 (november), p. 520-534.)

Fragment

In het onderstaande fragment uit ‘Eline Vere’ zie je verschillende naturalistische kenmerken terug.

Eline VereDe uren, dat zij Otto niet zag, werden haar gevuld door het genot, dat zij smaakte in Vincents conversatie. Zijn pessimisme bestreed zij, kalm en als hoogmoedig door haar geluk, op haar aardige, onlogische wijze, waarover hij schertsend de schouders ophaalde… zij zou het zelve ook wel eens ondervinden; men kon zich zijn leven zo maar niet maken; het een hing af van het andere, alle omstandigheden schakelden zich samen, van het minste schijnbare toevalligheidje af, tot de verpletterendste catastrofe en het leven was een keten, die het noodlot van al deze toevalligheidjes en catastrofes smeedde… daar was niets aan te doen…
-Je gelooft dus, dat alles voorbeschikt is, en dat als ik denk mijn eigen wil te volgen… ja, hoe zal ik zeggen?… vroeg zij , verward in haar gedachten, toen zij op een namiddag een dergelijk gesprek met hem voerde, in haar kamer.
– Je slechts schijnbaar je zin volgt, en het uitvloeisel van die wil inderdaad het uitvloeisel is van honderdduizenden vooraf gebeurde, zogenaamde toevalligheden… Ja, dat geloof ik zeker.
– Maar Vincent, wat een fatalisme. Dan vind ik maar het beste om op een stoel te blijven zitten en af te wachten wat komt.
– Daar zou je niet zo kwaad mee doen. Maar wees verzekerd, dat als jij op je stoel bleef, die passieve handeling niet het gevolg zou zijn van je wil, maar wel van allerlei kleine oorzaakjes, die je natuurlijk meestal alle zou zijn vergeten of niet zou inzien.
Zij dacht vaag glimlachend na en knikte langzaam.
‑ Het is curieus, maar ik geloof toch wel, dat je gelijk zou kunnen hebben; ik voel wel zo iets, dat het waar kan zijn.
(…)
Als een bliksemschicht flitste deze gedachte door haar brein, slechts gedurende een ondeelbaar ogenblik, en zij schrikte er voor als voor een spook. Maar het spook verdween en zij lachte weer zacht… Wat kon zij soms toch zonderlinge, nerveuze fantasieën hebben!
– Dus je gelooft… begon zij weder, nog een weinig verschrikt en de draad kwijt.
Hij zag haar glimlachend aan.
– Wat? vroeg hij .
– Je gelooft, bijvoorbeeld, dat als ik met Otto trouw, dit onvermijdelijk was voorbeschikt?

Print Friendly