De schoolmeester

De schoolmeester (Gerrit van de Linde)

Gerrit van de Linde (1808-1858) heeft een roerig leven geleid: hij wordt van de universiteit gestuurd nadat hij twee vrouwen zwanger heeft gemaakt en omdat hij schulden heeft, moet hij Nederland ontvluchten. Van de Linde schrijft onder het pseudoniem ‘De schoolmeester’, veel van zijn werk publiceert hij in de laatste jaren van zijn leven of het is na zijn dood gepubliceerd.¬†Lees hier¬†alles over de levensloop van Gerrit van de Linde.

De schoolmeester was echt schoolmeester – na zijn vlucht uit Nederland begon hij met hulp van de bevriende schrijver Jacob van Lennep een kostschool in Engeland – en dat zie je in sommige van zijn gedichten. Hij heeft een hele reeks dierenbeschrijvingen geschreven, waarvan je er hieronder een paar ziet. De gedichten zijn enigszins didactisch, maar je ziet ook de humoristische ondertoon.

De slang

Een slang
Is niet heel dik, maar naar proportie te lang;
Schoon sommige slangen, die van Amerika komen,
Byna zoo dik zijn als eikeboomen:
En menige Leidsche diender maakt een mensch niet half zoo bang
Als zulk een Amerikaansche slang

Over het geheel wordt een slang zelden geprezen
Of het moet zijn by het Brandspuitwezen.
Voorts zou hy, naar wy in Mosheim en Vitringa lezen,
Vry gunstig in de muziekale wereld zijn bekend,
Ofschoon aldaar meer onder zijn Franschen naam van “serpent”.

De ezel

Een ezel is een heer met een staart,
Dien hy van achteren draagt, als een paard.
Het verschil tussen ezels en geleerde doktoren
Zit hem soms minder in ‘t hoofd dan wel in de ooren.

 

De ruiter

Een Ruiter is een mensch te paard,
Omtrent drie voet hooger dan een mensch op aard,
En die zich somtijds vasthoudt aan de manen en somtijds aan den staart.

Print Friendly