G.A. Bredero: De Spaanse Brabander Jerolimo

Bredero - 't Kan verkeren

Portret van Bredero, met daarboven zijn lijfspreuk: ”t Kan verkeren.’ Hiermee bedoelde hij dat alles zomaar weer kan veranderen, niets staat vast.

‘De Spaanse Brabander Jerolimo’ van Bredero is een toneelstuk uit 1617, dat zich afspeelt ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). In het toneelstuk worden een aantal belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen en problemen aan de orde gesteld. Je ziet de mening en maatschappijkritiek van Bredero tussen de regels door – en je ziet dat sommige maatschappelijke kwesties nooit veranderen!

Blijspel

‘De Spaanse Brabander Jerolimo’ is een blijspel: een van oorsprong Grieks genre dat in de renaissance populair was. Blijspelen zijn komische toneelstukken. Ze waren aan de ene kant bedoeld voor het plezier van de toeschouwers: die konden lekker lachen om de komische situaties, het gedrag en de uitspraken van de personages en de soms grove of platte humor en toespelingen. Aan de andere kant hielden blijspelen de mensen een spiegel voor: kijk, zo zijn ook jullie! Dat zie je ook terug in ‘De Spaanse Brabander Jerolimo’.

Inleiding bij het fragment

Hieronder lees je het Tweede Toneel, waarin Jan Knol, Andries en Harmen op straat in gesprek zijn. Jan en Andries zijn rasechte Amsterdammers, maar Harmen is uit Twente of Drenthe gevlucht naar Amsterdam. Hij is eigenlijk een economische vluchteling. Ze bespreken de laatste nieuwtjes en roddels.

Jerolimo, de man uit de titel van het toneelstuk, komt in dit fragment niet voor. Hij is een ‘Spaanse Brabander’, een vluchteling uit Antwerpen die zonder geld naar Amsterdam is gekomen om daar zijn geluk te beproeven. Jerolimo is straatarm, maar leeft alsof hij schatrijk is. Wanneer zijn schuldeisers erachter komen dat Jerolimo geen cent bezit en zijn schulden niet terug zal betalen, is hij alweer gevlogen.

De Spaanse Brabander Jerolimo

Bredero - Spaanse BrabanderTWEEDE TONEEL: Jan, Andries, Harmen [op straat]

JAN KNOL Bonjour, hoe staan de zaken ervoor? Is er nog nieuws, Andries en Harm?

HARMEN ’t Gaat zo’n beetje, maar ’t houdt niet over. Het land is overal in alarm.
De één wil ons hier aanvallen, en de ander daar. ’t Is duivelswerk.
En dan nog de binnenlandse twisten en onenigheid in de kerk:
Als de kikvors en de muis onderling hakketakken,
Kan de kiekendief ze bij verrassing bede pakken.
Als de kikvors en de muis onderling hakketakken,
Kan de kiekendief ze bij verrassing beide pakken.

HARMEN De toestand in de wereld verandert iedere dag

JAN KNOL Wat kan jou dat schelen, Harmen. Ik vind dat jij niet klagen mag.
Jij bent straatarm uit Twente of Drente aan komen zetten, heb ik gehoord

HARMEN Dat is onzin, ik ben evenveel waard als vijf kerels van jouw soort
Ik heb meer meegebracht dan jij, Jan. Heb je me verstaan?
Jij werd hier in je blote gat geboren en ik kwam met mijn kleren aan.

ANDRIES Dat is waar, goed gezegd. Als jij de vreemdelingen bespotten gaat,
Maak je mij en mijn vrienden behoorlijk kwaad.
O lieve Jan, als wij hier niet het een en ander hadden gedaan,
Dan zou het hier waarschijnlijk lang zo goed niet gaan.

JAN KNOL Lang zo slecht niet, kun je beter zeggen. Want met die lui van buiten
Kregen we hier in de buurt veel doortrapte schavuiten.
Wat de vreemdelingen hier naartoe hebben gebracht of gehaald,
Dat moet, verdorie, veel te duur door ons worden betaald.
De ouderwetse degelijkheid waar wij zo vaak van spreken
Is onder al dat nieuwe bedrog vrijwel bezweken.
Waar is nu nog de eerlijkheid en de Hollandse trouw?
Je zou ver moeten zoeken als je die vinden wou.
Toen was een woord een woord, nu moet je alles precies beschrijven
Als je voor gemene oplichters bespaard wilt blijven.

ANDRIES Wie brachten hier bedrijvigheid en handel? Dat waren wij!

JAN KNOL Maar jullie brachten hier ook misdaad en smeerlapperij!

HARMEN Wie brachten scherpzinnigheid in jullie botte verstand?

JAN KNOL Wie brachten hier het slechte en schoven het goede aan de kant?
Wanneer ik dit alles goed overdenk, lijkt het mij
Dat wij toch het slechtst uit zijn met deze verhuizerij.
Wat voor contracten wij ook met vreemdelingen sluiten,
Ze weten ons Amsterdammers altijd uit te buiten.

HARMEN Het spelletje heet ook: Kijk uit je doppen! Maar als je goed ziet
Dan weet je: Hollanders zijn ook bij lange na de eerlijksten niet.

ANDRIES Het moet wel erg donker zijn voor dat volkje ergens verdwaald.
Lieve hemel, zij hebben ook heel wat gemene streken met ons uitgehaald.

JAN KNOL Andries spreekt graag van alle mensen kwaad.

ANDRIES En als er een leugen nodig is, Jan, weet jij wel raad.

HARMEN Wel, ik stel voor dat wij drieën netjes over elkaar spreken
En dat we alleen praten over algemeen voorkomende gebreken.
Dus als ik iets vertel, moet niemand zich aangesproken voelen;
Lach erom en denk: hij zal niet mij maar een ander bedoelen.

JAN KNOL Ja, maar als we ons op het kwaad van alleman gaan bezinnen,
Dan is het toch logisch dat we bij onszelf beginnen.

HARMEN Dat is waar, je hebt gelijk. Wel Jan, het is aan iedereen bekend
Dat jij een vrouwenjager en een enorme zuiplap bent.

JAN KNOL Dat lieg je niet, Harmen, maar ik sla tenminste geen vrouwen
En iedereen weet dat je daar bij jou thuis niet op kunt vertrouwen.
En als er ergens een huwelijk geregeld moet worden in de stad,
Dan heb jij, Andries, daar als koppelaar geld voor gehad.
En als er iemand failliet ging, wist jij ‘t handig in orde te maken;
Daarom Sta je ook bekend als advocaat voor zaken.

ANDRIES Mooi zo, laten we het rijtje afgaan, dan horen we nog eens wat.
Hoe lang is het nu geleden dat jij syfilis had?
Of laat ik het zo zeggen: dat je liep te slingeren naar alle kanten.

HARMEN Zo kan ie wel weer. Iedereen hier beschermt zijn eigen verwanten
Maar waar is de baby gebleven van je zuster, de non
Die ’s nacht zo stilletjes naar de pastoor sluipen kon?

JAN KNOL Harmen leg eens uit aan deze begripvolle mannen
Waarom men je uit Ditmar heeft verbannen
Dat was toch niet om je goede gedrag?

HARMEN Hola Jan, nu ben je te ver gegaan.
Wat krijgen we nu, verdorie, leid ik volgens jou geen eerlijk bestaan?
Nee, verdraaid, zeg dat niet, want ik stam af van fatsoenlijke mensen.

ANDRIES Fatsoenlijk? De minste hond zou zich een betere afkomst wensen!
O beste man, iedereen kent jou en je voorgeslacht.
Jij en je familie worden toch zekere door niemand geacht.

HARMEN Wel, geacht of niet geacht, daar gaat ’t niet om in ’t leven.
Als ik al mijn kinderen een ton goud als huwelijksgeschenk kon geven,
Durf ik te wedden dat ik weldra een zetel in het stadsbestuur had.
En dat de aanzienlijkste burger mij om de hand van mijn dochter bad.
Men weet het tegenwoordig zo mooi voor te stellen en fraai te zeggen.
Maar iedereen probeert de gewone, eerlijke mensen in de luren te leggen.
En al heeft niemand graag Amsterdammers als vrinden,
Er is altijd wel een Zeeuw of een Hagenaar te vinden
Die, hoewel men helemaal niet dol is op Amsterdamse vrouwen,
Zo’n lui Mokums wijf heel graag zou willen trouwen,
Als ze er maar warmpjes bijzat. Ja, ’t zijn nu andere tijden, heren:
Al was ik Turks of Joods, als ik geld had zou men mij wel accepteren.

JAN KNOL Je spreekt de waarheid, maar die kun je soms niet zeggen,
Want een bepaald slag mensen weet je woorden zo uit te leggen
Dat het zonde en schande wordt. Ik heb het zelf ondervonden.
Er zijn dingen gebeurd waarvan ik nooit gedacht had dat ze bestonden.
Lijd en vermijd, aanvaard alles zwijgend, dan heb je de minste zorgen.

HARMEN Vertel eens, Andries, is er nog nieuws vanmorgen?
Wat is er gebeurd, gisteren of vannacht?
Is er niemand verwond, gevangen genomen of verkracht?
Was er geen herrie of vandalisme? Zijn er geen ramen stukgesmeten?
Jij bent iemand die alles het eerst pleegt te weten.
Jij staat ’s morgens voor dag en dauw al op de brug.
En daar hoor je de nieuwtjes altijd vlug.

ANDRIES Wel Jan, ik heb gehoord en later ook met eigen ogen waargenomen
Dat er Engels bier van prima kwaliteit is aangekomen.
En een jonge meid is gisteren vroeg in de nacht
Op de Haarlemmerdijk door een Mof verkracht.

JAN KNOL Een Mof? Ik heb over een Westfaling horen spreken.

ANDRIES O bloed, als de schout hem krijgt, zal ’t hem zuur opbreken.

HARMEN Welnee, als de schout hem pakt, geeft hij hem gewoon wat geld.

JAN KNOL Hij koopt hem om en het Provinciale Hof wordt niets verteld.

ANDRIES Een meid verkracht? Foei! ’t Is ongehoord, dat zou ik nooit verwachten.
De schoft! Wat is dat voor boef? Zo maar een meid verkrachten.

HARMEN Och, beste Andries, dat is tegenwoordig toch heel normaal.

JAN KNOL Een beul uit Haarlem deed het onlangs, is ’t geen schandaal?
Schoppen Eénoog heet hij, van mij mogen ze hem radbraken.

ANDRIES Ja, of laten bungelen aan de galg, die keus mag hij zelf maken.
Wel, Melis Malmond kreeg een optater in een gevecht,
En onze Jan werd in de luren gelegd.
Dirk heeft Elsje zulke schandalige dingen verweten,
Ik zweer ’t je, de honden zouden er geen brood van eten.
En zij ging weer tegen hem tekeer, o wat was ze kwaad.
De tong van die vrouw werd bestuurd door de duivel of zijn maat.
Joost Dirks is vandaag naar Vlaanderen op reis gegaan.
En heeft de zorg voor zijn vrouw aan zijn buurman Klaas overgedaan.
Dat deze het deurtje daar nu moet sluiten is vast wel naar zijn zin,
Er komt bij nacht of ontij beslist geen vreemde meer in.
O, ’t is een handige kerel, hij kent dat foefje wel van buiten:
Er komt daar niemand binnen als Klaas de poort gaat sluiten.
Ja, zorgzaamheid is een grote deugd,
Dat wist die slimme jongen al in zijn jeugd.
Weet je dat Warenar zijn zaak in hoger beroep verloor?
En ook de rijke Gran Marchand staat er heel slecht voor,
En Hilbrand Droognap betaalde met een zilveren schaal
Voor een nachtje zoenen met Elsje en Pruisische Aal.
Dorstige Dirkje wil zijn geld niet kwijt,
Maar hij verkwanselt het wel aan allerlei malligheid.
Dat kleine mannetje dat de openbare verkopingen afloopt
En op het strijkgeld uit is van de huizen die men verkoopt,
Bleef gisteravond aan een duur pand hangen.
En de nachtwacht zette Jan de Herrieschopper gevangen;
En Harm de Razer heeft last van zijn hoofd;
En ons aller Hans Jong is met een oude vrijster verloofd.
Broer Kornelis zou trouwen met een Waterlandse meid,
Maar ze wil hem niet meer, nu ze hoort dat hij met anderen vrijt.

JAN KNOL Andries, jij weet alles. Waar haal je ’t allemaal vandaan?
Volgens mij moet jij in contact met bovennatuurlijke krachten staan.

HARMEN Zeg, wat hoor ik daar? Wat kan dat wezen?

ANDRIES Het moet de stadsklok zijn! Er wordt zeker iets voorgelezen.

(Ze gaan vervolgens naar de Dam, daar vindt een executie plaats.)

Executie op de Dam in 1789

Print Friendly