Paul van Ostaijen

Paul van Ostaijen

Dada

In 1918 vlucht Paul van Ostaijen (1896-1928) uit Antwerpen omdat hij wordt vervolgd: hij heeft een processie verstoord uit onvrede over de ondergeschikte positie die de Vlaamse cultuur heeft in België. In Berlijn komt hij in contact met dadaïstische kunstenaars. Veel dadaïsten hadden elkaar tijdens de Eerste Wereldoorlog ontmoet in Zwitserland. Nadat de oorlog voorbij was, verspreidden zij zich weer over Europa, waardoor zij meer kunstenaars in contact brachten met dad.

Dada staat voor antikunst: de kunstenaars vinden de bestaande kunst burgerlijk. De wereld wordt volgens hen overheerst door oude dogma’s en burgerlijke conventies en de kunst geeft alleen maar een afbeelding van de wereld. Dadaïsten maken kunst om te laten zien dat kunst maken helemaal niets voorstelt. Zo weet de gerespecteerde kunstenaar Marcel Duchamp allerlei gebruiksvoorwerpen als kunst in een museum te krijgen. Bekend is zijn urinoir, waarmee hij wil laten zien dat kunst zinloos is. Dada is daarom meer een geesteshouding dan een kunststroming: de kunstenaars willen laten zien dat zij tegen burgerlijkheid, tegen zekerheden en tegen de autoriteiten zijn.

De naam ‘dada’ is, geheel volgens de principes van de kunstenaars, door toeval gekozen: men heeft hem blind uit het woordenboek geprikt. Zo creëerden dadaïstische dichters ook hun poëzie: doe allemaal uit de krant geknipte woorden in een hoge hoed en door de papiertjes er een voor een uit te halen en voor te lezen, ontstaat een gedicht. De poëzie van Paul van Ostaijen is niet op die manier tot stand gekomen. Maar je ziet wel vaak montage terug in zijn gedichten: ze bestaan uit ongrammaticale zinnen, met flarden van liedjes, gesprekken of nieuwsberichten.

Bezette stad

In de bundel ‘Bezette stad’ (1921) van Van Ostaijen staat dadaïstische poëzie. De gedichten lijken niet op traditionele poëzie, bekijk het gedicht ‘Bedreigde stad’ hieronder maar eens. De zinnen zijn niet grammaticaal (gedeformeerd) en soms moeilijk te begrijpen. Sommige woorden zijn veel groter afgedrukt of vetgedrukt, sommige zijn juist weer veel kleiner of in een bijzondere vorm gedrukt. De gedichten zijn, kortom, heel visueel. Als je de gedichten hieronder beluistert, hoor je wat van die typografie terug in hoe ze worden voorgelezen. Door de typografie mee te nemen in de manier waarop je het gedicht leest, komt de betekenis beter over.

In ‘Bezette stad’ zie je de invloed van de Eerste Wereldoorlog goed terug. In het gedicht ‘Bedreigde stad’ beschrijft Van Ostaijen hoe Duitse soldaten de stad binnenmarcheren. Je hoort de voetstappen gaan op ‘eins zwei eins zwei’. Tussendoor hoor je iemand een lied zingen, je ziet mensen kijken naar de vlammen en je hoort flarden van gesprekken. De tekst staat onderaan deze pagina, maar je kunt het gedicht ook hier beluisteren en meelezen.

Lees en beluister hier Van Ostaijens bekende gedicht ‘Boem paukeslag’ uit ‘Bezette stad’.

Bankroet jazz

Van Ostaijen schreef tussen 1919 en 1921 in Berlijn en Antwerpen het scenario voor de dadaïstische film Bankroet jazz. In 2008 is de film gemaakt met beelden uit de jaren ’20. Van Ostaijen beschrijft in de film een financiële crisis, gebaseerd op gebeurtenissen in Berlijn na de Eerste Wereldoorlog. De film schetst een Europa dat waarin de overheid ‘Schatkistbonnen’ uitgeeft. Doordat de hoeveelheid schatkistbonnen (een soort staatsaandelen) oneindig is, moeten alle Europese burgers kunnen gaan rentenieren. Je kunt de film hier bekijken.

Omslag van de bundel ‘Bezette stad’ uit 1921

Ostaijen - Berceuse nr 2

Uit: Paul van Ostaijen: ‘Het eerste boek van Schmoll’ (1928)

Dada: urinoir van Marcel Duchamp (1917)

 

Poésie pure

Na zijn dadaïstische periode slaat Van Ostaijen een nieuwe weg in. Hij wil gedichten schrijven die muzikaal zijn. De dichter heeft een inval, hij bedenkt een mooie zin of een aantal mooie klanken, en borduurt daarop voort. Deze poëzie heeft nauwelijks inhoud, het gaat slechts om de mooie klanken. Een voorbeeld van zo’n gedicht is ‘Marc groet ‘s morgens de dingen’, dat je hieronder kunt lezen.

 

Marc groet ‘s morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag

Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

Uit: Paul van Ostaijen: Het eerste boek van Schmoll (Gedichten) 1928

Lees hier meer over de poëzie van Paul van Ostaijen.

 




Print Friendly