Opdrachten Middeleeuwen blok 2

Aan de hand van de onderstaande opdrachten lees je achtergrondinformatie over de cultuurperiode, zodat je de literatuur beter begrijpt. Je leest ook informatie over en fragmenten uit belangrijke gedichten, verhalen en toneelstukken. Schrijf je antwoorden duidelijk op en herhaal de vraag kort in je antwoord. Zo vormen je antwoorden mede je aantekeningen om je voor te bereiden op de toets!

1. Historische achtergrond

Doorloop de tijdbalk van de Middeleeuwen op deze website en lees de tekstjes.

a) Hoe luidt de oudste Nederlandse tekst? Wat is de betekenis?
b) De middeleeuwse maatschappij was een standenmaatschappij. In het stukje ‘De Nederlanden’ vind je de omschrijving van drie standen. Welke drie zijn dat?
c) Welke grote groep mensen behoort kennelijk tot geen enkele stand? Wat zou de verklaring hiervoor kunnen zijn?
d) In datzelfde stukje staat dat de cultuur theocentrisch was. Welke boeken uit de tijdlijn zijn daar voorbeelden van?
e) Welke belangrijke uitvinding aan het eind van de Middeleeuwen markeert de overgang van de Middeleeuwen naar de nieuwe tijd? Leg uit wat de invloed van deze uitvinding is op de maatschappij.

 

2. Bouwkunst

Zoek een plaatje van een romaanse en een van een gotische kerk of kathedraal. Print de plaatjes en plak ze in je schrift. Beschrijf de romaanse en gotische kenmerken die je ziet in het gebouw. (Je mag natuurlijk eerst informatie zoeken over de kenmerken van romaanse en gotische bouwkunst!)

 

ridder3. Ridderlijkheid

Bekijk dit filmpje over Middeleeuwse ridders, maar lees eerst de vragen die je erover moet beantwoorden!

a) Wat hebben de kruistochten eigenlijk te maken met de ridderidealen zoals die onder andere in de middeleeuwse literatuur voorkomen?
b) Noem zeven vaste elementen van Arturverhalen die in het filmpje worden genoemd.
c) Wat is een belangrijk verschil tussen Artur en Karel de Grote?
d) Wat is een etiquetteboek en waarom komt dat hier ter sprake?
e) Hoe omschrijf je, volgens het boek van zeden, iemand die smakt?

 

4. Karel ende Elegast

a) Lees het begin van ‘Karel ende Elegast’. Het verhaal begint met de regel ‘Vraaie historie ende al waar’. Wat wordt er in het filmpje dat je bij de vorige vraag (‘Ridderlijkheid’) hebt bekeken gezegd over het waarheidsgehalte van dit verhaal over Karel de Grote?
b) Lees de samenvatting. Verklaar waarom het verhaal ook wel eens níet waar zou kunnen zijn.
c) Verklaar de tweede regel: ‘Mag ik u tellen, hoort ernaar.’
d) Waarom staat het hele verhaal op rijm?
e) In de tijdlijn vind je een stukje over het verschil tussen hoofse en voorhoofse romans. Waarvan is ‘Karel en Elegast’ een voorbeeld? Waaraan zie je dat?

 

Walewein en het schaakbord5. De jeeste van Walewein en het schaakbord

a) Lees de samenvatting van het verhaal en leg uit dat de roman een voorbeeld is van een queeste.
b) Lees het fragment. Arturromans hebben een vast patroon: de ridders zitten om de ronde tafel en dan gebeurt er iets volgens een vast patroon. Welk patroon is dat volgens dit fragment?
c) In de tijdlijn vind je een stukje over het verschil tussen hoofse en voorhoofse romans. Waarvan is ‘Walewijn’ een voorbeeld? Waaraan zie je dat?

 

6. Het lied in de Middeleeuwen

a) Lees ‘Het lied van heer Halewijn’. Je kunt het lied ook beluisteren: zo moet het vroeger geklonken hebben!
Het verhaal van een ballade wordt sprongsgewijs verteld: bijzaken en vanzelfsprekendheden worden overgeslagen. In ‘Heer Halewijn’ is er één sprong die zeker geen bijzaak bevat, in het onderstaande fragment. Wat is er hier waarschijnlijk gebeurd?

Soo menich hair dat si ontbondt,
Soo menich traentjen haer ontron.
Zy reden met malkander voort
En op de weg viel menig woord.

b) Misschien wel het mooiste lied uit de Middeleeuwse literatuur is het Egidiuslied. Wat zou er gebeurd kunnen zijn volgens regel 3? Denk goed na over de implicaties van je antwoord!
c) Een bekende verzameling van Middeleeuwse liedjes is ‘Een schoon liedekens-boeck’, dat ook wel het Antwerps Liedboek wordt genoemd. Lees de informatie over dit boek. Leg uit waarom er maar zo weinig exemplaren van dit liedboek bewaard zijn gebleven, noem de redenen die worden genoemd en probeer zelf nog een andere reden te bedenken.
d) Was het doel van liederen zingen vroeger anders dan nu? Licht je antwoord toe.
e) Lees het lied ‘Het daghet inden Oosten‘, het laatste fragment op de pagina over het Antwerps Liedboek.
Waarom helpen de vrienden van de vader de vrouw niet met het begraven van haar geliefde? Waarom is zij dus het klooster in gegaan?

Print Friendly