Karel ende Elegast

 

Vraaie hostorie ende al waar
mag ik u tellen, hoort ernaar.
Het was op ene avondstonde
dat Karel slapen begonde
t’ Ingelem op den Rijn.
’t Land was algader zijn;
hij was keizer ende koning mede.
Hoort hier wonder ende waarhede,
wat den koning daar gevel
(dat weten nog die menige wel)
t’ Ingelem, aldaar hij lag,
ende waande op den andren dag
krone dragende ende houden hof,
omme te meerne zijnen lof.

‘Vraaie historie ende al waar’, zo begint de geschiedenis van koning Karel en Elegast. Bij ‘vraaie’ denk je misschien aan ‘fraai’, maar het woord is verwant aan het Franse ‘vrai’: waar. De verteller, in de Middeleeuwen was dat meestal een minstreel, benadrukt hier dus dat het verhaal dat hij gaat vertellen echt waar is.

Waarom is het zo belangrijk dat het verhaal echt waar is? Mensen vonden het prettig om te weten dat het verhaal dat ze te horen kregen waargebeurd was. Dat geldt nu voor veel mensen ook. Denk maar aan de ophef die ontstaat als bekend wordt dat een boek of tv-programma toch niet echt gebeurd is, terwijl mensen dat wel dachten.

Samenvatting

Blad uit een handschrift van ‘Karel ende Elegast’. De afbeelding toont het nachtelijke bezoek van de engel aan koning Karel.

Dit verhaal over Karel is dus echt waar. Koning Karel is natuurlijk Karel de Grote, die aan het eind van de achtste en begin van de negende eeuw keizer was van een groot gebied in Europa. Op een avond gaat Karel slapen in Ingelheim aan de Rijn – en nogmaals, het is echt waar! – op de avond voor de hofdag, een dag waarop de keizer geroemd en geprezen wordt.

In zijn droom wordt Karel bezocht door een engel, die hem de opdracht geeft op dievenpad te gaan. Karel stribbelt tegen, maar doet toch wat de engel hem opdraagt. Hij gaat het donkere woud in en komt daar Elegast tegen. Elegast is een ridder die door Karel is verbannen vanwege een kleinigheid. Dat moet ook Karel toegeven.

Karel laat Elegast niet weten wie hij werkelijk is, hij zegt dat hij Adelbrecht heet. Karel en Elegast breken in bij Eggeric, die getrouwd is met Karels zuster. Elegast belandt bij Eggeric en diens vrouw in de slaapkamer en hoort daar dat het stel ruzie heeft (zie onderstaand fragment). Hij vangt ook op dat Eggeric met een aantal handlangers Karel wil vermoorden op de hofdag.

Elegast vertelt Adelbrecht (oftewel Karel) dat Eggeric van plan is de koning te vermoorden. Doordat Karel dit weet, kan hij de aanslag op zijn leven voorkomen. Hij laat Eggeric oppakken. Eggeric legt zich er echter niet bij neer. Hij daagt Elegast uit voor een duel, om zo God te laten oordelen over wie liegt en wie de waarheid spreekt. Elegast neemt de uitdaging aan en wint door zijn vertrouwen in God. Eggeric sterft en Elegast mag met diens weduwe, Karels zuster, trouwen.

Fragment

Hieronder lees je het fragment waarin Elegast in de slaapkamer van Eggeric en diens vrouw een gesprek afluistert. Elegast wil een zadel stelen dat Eggeric in zijn slaapkamer bewaart. Adelbrecht wacht buiten op Elegast. Luister het fragment ook mee.

Als Elegast kwam ten gereide (zadel),
daar ik heden eer af zeide,
als hij ’t waande dragen dan (wilde meenemen),
die schellen (belletjes), die er hingen an,
gaven zulk enen klank,
dat er Eggeric bij ontsprank (ontwaakte)
uit zijnen slape, en zeide:
‘Wie es daar te mijnen gereide?’
Hij woude trekken zijn zweerd,
hadde ’t die vrouwe niet geweerd,
die hem zeinde (een kruisje sloeg) ende vragede,
wat het ware dat hij jagede (wat hem onrustig maakte);
of hem elven (boze geesten) wilden verleiden.
Zij nam hem ’t zwaard al met der scheiden (schede)
ende zeide: ‘Daar en mag niemand in
komen zijn, meer noch min.
’t Is ander ding, dat u deert (dwarszit).’
Zij bemaand’ hem ende bezweert (smeekte),
dat hij haar zeide zijn gedochte,
waarbij dat hij niet en mochte
slapen binnen drien dagen.
Die began zij hem te vragen.
Vrouwenlist is menigvoud (vrouwen zijn listig),
zijn zij jong of zijn zij oud!
Zo lange lag zij hem an (drong zij aan),
dat hij haar te zeggen began,
hij hadde haar broeders dood gezworen,
ende die te dien waren verkoren (allen die zouden meehelpen),
zouden daar kortelijk (binnenkort) komen.
Hij ging ze haar bij namen nomen,
hoe zij hieten ende wie zij waren,
zie den koning wilden daren (uitschakelen).
Dit hoorde algader Elegast
ende hield ’t in zijn herte vast (onthield het goed).
Hij peinsde, hij zou ’t bringen voort,
die ondaad end’ die moord.
Alse dit die vrouwe hoorde,
zij antwoordde na den woorde
ende zeide: ‘Mij ware liever vele,
dat men u hinge bij den kele,
dan ik dat gedogen zoude!’
Eggeric sloeg alzo houde (meteen)
die vrouwe voor naze (neus) ende mond,
dat haar ’t bloed ter zelver stond (onmiddellijk)
ter naze end’ ten mond uitbrak
Zij rechtte haar op ende stak
haar aanschijn (gezicht) over ’t beddeboom (bedrand).
Elegast, hij nam ’s goom (zag het gebeuren),
ende kroop er lijzelijke (zachtjes) toe.
In zijnen rechten handschoe
ontving hij ’t bloed van der vrouwen,
omdat hij ’t wilde laten schouwen
die ’t der koning te voren brochte (liet zien),
dat hij ’t hem wachten mochte (op zijn hoede zou zijn).

Moraal van het verhaal

Vrouwen hadden het in de Middeleeuwen ongetwijfeld minder goed voor elkaar dan tegenwoordig. Maar is het normaal dat Eggeric zijn vrouw zo’n harde mep geeft dat het bloed uit haar neus en mond stroomt? En wat is nu de betekenis van het verhaal van koning Karel die uit stelen gaat? Luister naar twee fragmenten uit een interview met Willem Kuiper, een kenner van middeleeuwse literatuur. Hij vertelt wat de moraal van het verhaal is en legt ook uit hoe het zit met die klap van Eggeric.

Print Friendly