De jeeste van Walewein en het schaakbord

Samenvatting

Op een dag komt een prachtig schaakbord het kasteel van de Engelse koning Artur binnenvliegen en verdwijnt na enige tijd weer. De ridder Walewijn, ‘der avonturen vader’, achtervolgt het en komt terecht bij koning Wonder, de eigenaar ervan. Deze wil hem het schaakbord wel geven, maar slechts in ruil voor een magisch zwaard dat in het bezit is van koning Amoraen. Deze wil het zwaard alleen afstaan als Walewijn hem de Indische prinses Ysabele bezorgt. Wanneer Walewijn na veel wederwaardigheden met Ysabele – die intussen op hem verliefd is geworden – aan het hof van Amoraen terugkeert, blijkt de koning gestorven te zijn. Walewijn krijgt het zwaard, ruilt dit bij koning Wonder tegen het schaakbord, en keert daarmee en met Ysabele terug naar Arturs hof.

‘Jeeste’ betekent ‘geschiedenis’: het verhaal beschrijft dus de geschiedenis van de ridder Walewein en het schaakbord.

Fragment

Die coninc Artur sat tenen male
Te Carlicen in zine sale
Ende hilt hof na coninc sede
Also hi menichwerven dede
Met een deel zire man
Die ic niet wel ghenomen can:
Ywein ende Perchevael
Lancheloot ende Duvengael
Entie hoofsche Walewein
– Sijn gheselle was daer ne ghein –
Ooc was daer Keye die drussate.

Daer die heren aldus saten
Naden etene ende hadden ghedweghen
Also hoghe liede pleghen
Hebben si wonder groot vernomen:
Een scaec ten veinstren in comen
Ende breedde hem neder uptie aerde.

Hi mochte gaen spelen dies beghaerde.

Koning Artur met zijn ridders om de ronde tafel.

Dus laghet daer uptie wile doe.

Daer ne ghinc niemen of no toe
Van allen gonen hoghen lieden.

Nu willic u tscaecpel bedieden:
Die stapplen waren root goudijn
Entie spanghen zelverijn.

Zelve waest van elps bene
Wel beset met dieren stene.

Men seghet ons in corten worden:
Die stene die ten scake behorden
Waren wel ghewaerlike
Beter dan al Aerturs rike.

Dus saghen zijt alle die daer waren.

Metten hieft up ende es ghevaren
Weder dane het quam te voren.

Dies adde die coninc Artur toren
Ende sprac: ‘Bi mire coninc crone
Dit scaecspel dochte mi so scone!

Maerct ghi heren ende siet
Hen quam hier sonder redene niet.

Die up wille sitten sonder sparen
Dit scaecspel halen ende achter varen
Ende leverent mi in mine hant
Ic wille hem gheven al mijn lant
Ende mine crone na minen live
Willic dat zijn eghin blive.’

Bron: Penninc en Pieter Vostaert, ‘De jeeste van Walewein en het schaakbord’ (2 delen). (ed. G.A. van Es). Uitgeversmaatschappij W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1957. (www.dbnl.org)

Print Friendly